Archive for the Category » PDD-nos «

Bordspellen: verleden en heden

Het begon zo’n 9 jaar geleden. Aangemoedigd door de logopediste deden de eerste bordspelletjes voor kinderen hun intrede in ons huis. Kleine IJsbeer lotto en de Kleurentorentjes van Jumbo, we hebben daar eindeloos mee gespeeld om de taalproductie van onze zoon uit te lokken.

Tevens werkten we aan de sociale interactie dat hij ook wel moeilijk vond vanuit zijn autisme. Prachtig vond hij het, zo’n genietmoment met papa of mama. En stapje voor stapje, bijna spelletje naar spelletje, kwam er wat op gang.

Onze zoon is nog steeds dol op bordspellen. Ganzenbord blijft zijn lievelingsspel maar onze puberzoon heeft nu ook andere interesses. Daarnaast heeft onze dochter ook het bordspellenkoorts onder haar leden: de kolonisten van Catan of Stratego is zwaar favoriet bij haar. Maar we moesten er een keer aan: de bordspellenkast puilt inmiddels uit en de veel gespeelde spellen stonden inmiddels een stapel buiten de bordspellenkast.

Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dus op deze warme zomerdag ga ik plank voor plank af lang negen jaar aan verzamelde bordspellen. Bij elk spel is er een herinnering, een reden waarom het is aangeschaft en een succesmoment dat naar boven komt borrelen. Het Lingospel wat we blijkbaar twee maal hadden gevonden op een rommelmarkt. Onze vent was dol op dat programma toen het nog op tv was. Wat heeft ons dit geholpen en wat zijn we trots op onze zoon.

De zorgboerderij heeft ons al laten weten dat ze belangstelling hebben voor die spellen die we weg doen en inmiddels staat een tas met bordspelherinneringen voor ze klaar. Waar ik weerstand had verwacht kwam dat er niet. De tas met oude spellen was erg snel gevuld.

Hopelijk gaan deze bordspellen ook andere kinderen helpen. En voor onze zoon: de spellen zijn niet uit het oog. Hij kan ze immers ook daar nu spelen!

Hallo Wereld!

Het was zo’n zeldzaam moment dat niet zo vaak voorbij komt: een moment om even met wat meer tijd te kunnen douchen. Niet even snel snel onder de straal springen omdat je in huis nodig bent, nee even lekker lang stomen onder een hete straal. Op mijn vrije dag had ik slechts één kind thuis in verband met een studiedag. Mijn kleuter dochter zat tevreden voor de tv en ik greep mijn kans: dit ging een heerlijk ochtendje worden voor beide dames. Dus ik nam het er van, wetende dat onze meid behoorlijk zelfstandig is, zelfstandiger dan het voor haar leeftijd gewoonlijk is.

Na een korte check voor de grande finale luister ik even op de overloop en hoor beneden het tevreden gebabbel: de poppen worden ook uitgebreid verzorgd door onze dochter. Dan sta je dan: je hoofd ingezeept met shampoo. De douche deur gaat voorzichtig open en dan klinkt het ineens:

‘Mama, ik ben echt in jouw wereld he?’

Ik schiet helemaal vol en doe het douche gordijn op zij. Twee lieve ogen kijken me aan en in haar armen houdt ze haar babypop stevig tegen zichzelf aan.

‘Lieverd, jij bent altijd in mijn wereld.’ En dat is ze, van opstaan tot naar bed te gaan: alles wil ze delen, datgene wat wij met onze zoon hebben moeten missen op die leeftijd maakt ze ruimschoots goed.

Ze knikt en vraagt: ‘kom je zo naar beneden? Ik mis je zo.’ En hoe kan ik daar nu nee tegen zeggen?

–//–

De laatste tijd is het flink aanpoten om onze zoon bij de les te houden. De psychiater had ruim een jaar van te voren al opgemerkt dat hij veel in zijn eigen wereld leeft: zijn pdd-nos had nu meer kenmerken van klassiek autisme.

Dit merken wij het meest omdat hij het tegenwoordig veel heeft over Lego City: hele scenes spelen er in zijn hoofd af en wij kunnen daarvan mee genieten.

Dan, plotseling, stelt hij een soort van controlevraag: ‘Mama, wat is een modelburger?’ Het is dan net alsof hij een ankertje uitgooit om te valideren of we er nog steeds zijn. Het nadeel is vaak dat ik geen flauw idee heb waar hij het over heeft. Met een grote glimlach vertelt hij mij het gewenste antwoord om weer terug te keren naar zijn wereld. Gekke mama toch!

Als ik dan het individueel handelingsplan doorlees voor zijn herindicatie zie ik het zwart op wit staan: het hoort thuis in het beeld van zijn taalstoornis in combinatie met zijn autisme. Het is dus vaak aanpoten om zijn aandacht te trekken en vast te houden. Naast een sociaal vertelsel moet ik hem vaak attenderen op mijn aanwezigheid. Dit doe ik door hem te vragen of hij even in mijn wereld wil komen. Ik pak hem dan zachtjes vast bij zijn arm, draai hem om zodat we elkaar kunnen aankijken en maken contact.

‘Kevin, wil je even in mijn wereld zijn?’ En dat doet hij heel graag: het is echt geen onmacht van zijn kant, maar vaak moet ik hem er even aan herinneren dat onze leefwereld ook heel fijn is.

Die leefwereld bestaat uit bewust veel leuke dingen doen met papa, mama en zijn zusje. Hij geniet dan ook intens van dat soort momenten, zoals een potje mens erger je niet, samen tv kijken of samen eten. Gelukkig worden deze momenten steeds langer, ook op school heeft hij meer en meer aandacht voor zijn klasgenootjes. Hij doet enorm zijn best om in onze wereld te zijn, voor zo ver de prikkels en zijn taalstoornis dat toe laten. Zo zien we hem toch langzaam groeien en zich ontwikkelen op zijn eigen tempo en leren we ook van hem, hoe fijn zijn eigen wereld voor hem kan zijn.

Eerder gepubliceerd in de rubriek ‘Het leven met autisme van’ in het magazine Leven met Autisme, maart 2014, pagina 17.

De aanpak van vroegtijdige taalondersteuning in onze gemeente

In juli kregen we het bericht dat de remedial teacher op gebied van taal van de peuterspeelzaal moest verdwijnen. Ik was ronduit geschokt en bedroefd dat desondanks dat de wethouder belangrijk vond dat kinderen zonder taal of ontwikkelachterstand op de basisschool kunnen beginnen, kwam leek me dit een kwestie van het paard achter de wagen spannen door het Raster. Het was me echter al wel opgevallen hoeveel klasgenootjes van onze dochter ineens 4 dagdelen op de peuterspeelzaal zaten terwijl ze goed konden praten. Drie jaar geleden werd dit gedaan als uitzondering en moest je door flink wat hoepels springen. Een moeder gaf bijvoorbeeld aan dat haar kind behoorlijk druk was en dat ze zo wat werd ontlast. Maar dat heeft niets met een taalachterstand te maken, misschien een ontwikkelingsachterstand, maar daar ben ik erg voorzichtig mee om dat uit te spreken. Twee weken geleden stapt de juf op me af, waar ze anderhalve week van te voren zei dat ze ons kind vond achterlopen voor een driejarige (blijkbaar compleet vergeten dat Susannah net twee en een half is) ziet ze nu geen achterstand meer. Schiet mij maar lek. Wel wil ze kijken of ze ons kind voor vier dagdelen kan plaatsen zodat ze meer kan wennen aan rituelen en het schoolse. Ik geef aan dat als dat haar helpt met haar sociaal emotionele ontwikkeling (want als zusje van een autist heb je niet echt een voorbeeld) ga ik akkoord. Ik blijf het toch raar vinden, want ze heeft geen taal- of een ontwikkelingsachterstand.

Vandaag ben ik op het consultatiebureau omdat Susannah tijdens het lopen met één voet behoorlijk naar binnen draait en dat zit me niet lekker. De arts is tevreden en stelt me gerust: dat komt vanzelf goed. Ook moet ons meisje wat blokjes stapelen en wat in een vormenstoof proppen. Geen probleem voor ons meisje. Dan vertel ik haar over het voornemen van de juf. De arts geeft zelf aan dat onze meid zich goed ontwikkelt en dat wij thuis ook geen problemen zien. Dus ik vraag haar waarom dan toch die indicaties worden uitgedeeld alsof Piet zijn zak pepernoten kwijt moet. Ze vertelt me dat de gemeente geld heeft vrijgemaakt zodat kinderen schoolrijp zijn als ze naar de basisschool gaan. Allochtone (nee ik verzin dit niet) kindjes hebben vaak een forse achterstand en zo worden op deze wijze geholpen. Ze geeft toe dat het niet meer inzetten van de remedial teacher een erg ongelukkige ingreep was, maar dat het beleid is dat kinderen met achterstanden deze niet meer hebben als ze vier worden. Gezien onze gezinssituatie wil ze wel formulieren tekenen zodat de vier dagdelen kunnen worden aangevraagd zodat ze meer onder haar leeftijdsgenootjes kan zijn waarvan ze kan leren hoe het wel kan gaan.

Maar het zit me toch dwars. Het uitdelen van deze indicaties voor alleen meer uren heeft niets te maken met het wegwerken van taalachterstanden (laat staan dat er iets wordt gedaan aan spraakachterstanden) waar het convenant zo sterk mee begint. Een taalachterstand wegwerken betekent vaak meer aandacht voor taal in de groep. Dit kan worden aangepakt om samen met een specialist of logopediste waarmee men woordjes en mondmotoriek kan oefenen. Hieraan wordt juist helemaal geen extra aandacht meer aan besteed. Sterker nog, er was iemand die dat fantastisch deed, maar die werd de deur gewezen onder de mom van noodzakelijke bezuinigingen. En waarom dan ook weer die nadruk op allochtoon? Beseft men dan echt niet dat autochtone kinderen net zo goed een taal- en spraakachterstand kunnen hebben? Juist als er sprake is van een ontwikkelingsachterstand dat bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door autisme komt dit zo vaak voor. Waarom wordt er dan met de oogkleppen op gestaard naar allochtone kinderen? Waarom worden specialisten wegbezuinigt en vervangen door alleen meer uren aan te bieden?

Als ik heel cynisch ben dan kan ik zien hoe een organisatie graag kinderen extra dagdelen plaatst om de gelden binnen te halen zonder dat er echt tijd wordt geïnvesteerd in het substantieel wegwerken van taal- en/of spraakachterstanden. Want waar is bijvoorbeeld de logopediste of een remedial teacher die hieraan kunnen werken? Allochtoon of autochtoon: je gunt elk kind met een taal- en spraakachterstand die extra aandacht om hieraan te werken. Als moeder van een kind met een ontwikkelingsstoornis met een taalstoornis gun ik juist die kinderen dat extra beetje hulp wat ze zo broodnodig hebben. Dat zie ik nu niet gebeuren.

Diva’s en potjes & Pieken en dalen

Over het algemeen gaat het goed met onze twee donders. Het groeit en het bloeit want zo kom je erachter dat kleding niet meer past en dat er kleding in en uit de kast moet. Of dat we weer in de schoenenwinkel staan omdat het gewoon echt niet meer kan. Ik vermoed dat Kevin ook van die grote voeten krijgt, maar wat wil je als je familie, ooms & tantes, neven & nichten allemaal van die grote voeten hebben..

Susannah is voor de tweede keer hulpje van de dag geweest op de peuterspeelzaal. Als ze eenmaal aan de deur staat om te zeggen ‘kom maar binnen allemaal’ neemt emotie het over en rent ze naar me toe. Aangezien ze in een echte ‘papa is alles’-fase zit geniet ik er van. Ze is in de ban van de herfst en als we buiten zijn stoppen we om de paar passen om een mooi herfstbladje te bewonderen dat dan ook echt mee naar huis moet onder het motto ‘Papa zal dan heeeel blij zijn’. Ze geniet van alles en heeft het soms ook veel moeite mee dat ze niet altijd haar zin krijgt, dus eindelijk zien we wat van de peuterpuberteit bij haar. De ‘echt wel’ en ‘echt niet’ vliegen ons om de oren. We zijn begonnen met zindelijkheidstraining en ze heeft al een plasje gedaan op het potje. Maar nu richt ik me meer op bewustwording en ik ga speels om met haar naar het potje gaan. Zo komt het voor dat ze rond paradeert met potje op haar hoofd. Ik laat haar, het komt vanzelf wel.

Susannah is een fijngevoelig meisje dat heel graag helpt en dat er af een toe een diva moment voorkomt neem ik graag voor lief.

Ze is net als haar broer dol op puzzelen. Terwijl ik dit tik zit ze al puzzelend naast me en vraagt voor de vorm voor hulp wat ze echt niet nodig heeft. Maar gewoon, om mama erbij te betrekken. Ze legt puzzels van de leeftijdscategorie van 3 tot 5 jaar en ze moet nog drie worden. Ja, ik ben erg trots op haar.

Kevin vliegt op school: het gaat goed, zeker met logopedie zien ze grote sprongen. Als hij een oefening heeft gedaan met de taal-juf (logopediste) dan generaliseert hij het meteen. Het is me verteld dat in dat opzicht hij geluk heeft. De logopediste vertelt me dat autistische kinderen echt elke klank stuk voor stuk moeten aanleren. Kevin legt heel snel verbanden en past het op andere klanken toe. Natuurlijk heeft hij niet alles onder de knie, maar dat mag. Ik vind dit al heel wat. Zijn emoties en gedrag zijn een heel ander verhaal. Hij vindt sociale situaties als het kringgesprek moeilijk. Vaak houdt hij het 5 tot 10 minuten vol voordat hij geluidjes gaat maken. Omdat dat gedrag andere kinderen stoort mag hij vaak even wat anders doen. Zijn fantastische juf volgt een cursus waar ze ons mannetje mag uitwerken en zich ‘heerlijk in dat mannetje mag verdiepen’.

Ik schrijf in het schriftje dat we samen aan het werken zijn om de puzzel uit te sorteren dat Kevin’s autisme heet. Stukje voor stukje met veel geduld komen we er wel. We zitten op dezelfde golflengte en de samenwerking is gewoon keigoed want we vullen elkaar aan. Tijdens het leerling-gesprek wordt dit ook even besproken en ik gewoon boos op de minister die ouders gewoon geen inspraak meer willen geven over alles wat er met hun kind op school gebeurt. Ze moest eens weten wat voor een schade ze gaat aanrichten hiermee. Er zit zoveel kennis bij ouders en deze school is zo gericht op samenwerken met ouders. Dit doen ze niets voor niets. Deze investering betaalt zich dubbel en dwars terug, maar dit kabinet wil niet investeren in de toekomst te druk bezig met macht behouden. Ik uit dit naar de logopediste en de juf: ze snappen me helemaal.

De juf is erg dichtbij om te ontdekken waarom hij geluidjes maakt. Dank zij de fantastische cursus die ze kan volgen. Het vermoeden is dat hij dan gewoon aan zijn tax zit wat zijn hoofd aan informatie kan verwerken. De volgende stap is om hem dit te laten verwoorden en het te voorkomen dat het zover komt. Zijn dagschema helpt en hij krijgt vrijheid om zelf de plaatjes op te hangen. Als hij voor een korte dag teveel plaatjes ophangt maakt de assistent met hem daar grapjes over.

Tijdens het gesprek komt ook naar voren dat de juf denkt dat ons kind slimmer is dan we allemaal denken en dat er meer uit hem te halen valt. Kevin is bijvoorbeeld dol op rekenwerkbladen. Hij is dol op cijfers en ze probeert hem daarin zoveel mogelijk te voorzien. Als we nu hem ook eens konden helpen met de informatieverwerking in zijn hoofd… want ik snap dat daar zorgen over zijn. Als ik de groepsplanning doorlees zie ik precies waarom de juf ook zorgen maak. Maar ik heb vertrouwen in hem en zijn juffen.
Zo heeft hij afgelopen week een rol gespeeld in een toneelstukje. Hij was de das en een klasgenootje een muisje die haar appel kwijt wilde. Kevin kent zijn tekst, maar ook die van de anderen. In zijn enthousiasme zegt hij de regels voor als het wat te langzaam voor hem gaat. Hij geniet.

Thuis gaat het goed, hij gedijt goed op de drie r ‘en, hoewel in bad gaan voor hem nog steeds de grootste misdaad is. Op dit moment gaat het minder goed met eten. Het is een drama nu. Na een week modderen met een losse voortand kwam het dit weekend eindelijk los. Weg wiebeltand en weer normaal kunnen eten net als bij de vorige twee. Maar nee, deze keer niet. Hij blijft minuscule hapjes eten en haalt zelfs de kleinste stukjes weer uit zijn mond. Dit doet hij zelfs met zijn favoriete stroopwafel. Ik kan het even niet met elkaar rijmen. Waar hij tot voor kort zijn mond het liefst volpropte en ik vroeg of het ook wat minder kon, hebben we nu het tegenovergestelde. Het domineert en verstoort het avondeten want hij wil nu bijna niks meer. Te grof, zijn mondje komt te vol zegt hij. Ik weet het even niet meer, ik mis weer ergens een puzzelstukje.

Als ik dan ’s nachts wakker lig omdat ik de slaap niet kan vatten schiet me een ouder-bijeenkomst van een jaar geleden naar binnen. Dat een kind ineens terug kan vallen in zijn ontwikkeling en het voorgaande helemaal verleerd lijkt te zijn. Pieken en dalen, 3 stapjes vooruit en 4 stappen terug. Het schijnt heel normaal te zijn voor kinderen op het autistisch spectrum, maar ik heb het nog nooit echt met Kevin mee gemaakt want sinds die eerste logopedie sessie bij Heleen is hij alleen maar vooruit gegaan. Tot afgelopen week dan en we maken ons zorgen. Ik schrijf in het schriftje en vraag aan zowel de logopediste als de juf of ze dit eerder hebben mee hebben gemaakt. Want ook ik weet niet alles en ik ben niet perfect. Door dit alleen al te onderkennen krijg ik rust. Ik vertrouw erop dat het goed komt want samen, samen staan we sterk.

Het echte verschil maken

Het schooljaar is bijna voorbij. Dit betekent voor veel kinderen afscheid nemen van hun huidige juffen en voorzichtig kennis maken met de nieuwe situatie. Met stralende ogen vertelt Kevin me dat hij morgen Ink Berber, Vera en Ulrike weer ziet. Oh wat heeft hij er zin in om weer een dag aan te gaan met zo veel leermomenten. Dat kan nog wat worden de komende zes weken.

Susannah zal haar juffen Yvonne en Paula niet meer zien. Dat afscheid was moeilijk, verdrietig en toch waardevol. Met tranen in je ogen vertel je ze, opnieuw, wat voor een verschil ze maken. Hoe waardevol hun bijdrage is geweest zeker voor onze Kevin en hoe fijn het was dat ze zo veel met ons meedachten en meeleefden. Zoals Paula al zei: het is zo raar om zo uit elkaar te gaan. Tenslotte deel je veel liefde en leed met elkaar.

Later op die dag sloeg ik het mapje van Kevin open. Juf  Mieke gaat in het nieuwe schooljaar weer lesgeven aan de dovengroep. Ik heb haar mogen ontmoeten en het gevoel wat ik er bij had was goed. Eigenlijk is dat de gehele ervaring daar hoor. Mieke had ook nog een briefje achter gelaten en in die brief beschrijft ze wat voor een verschil onze unieke kinderen maken voor haar. Dit wil ik graag even delen.

Het werken met jullie kinderen heeft me heel veel geleerd. Stuk voor stuk heb ik jullie kinderen gezien, en stuk voor stuk zie ik wat hen zo mooi maakt.
Dat dat soms ook zo moeilijk is in de wereld buiten onze groep realiseer ik me zonder meer.
Zo denk ik ook vaak aan jullie en hoe dat jullie bewegen bepaalt. De groep maakte me iedere week weer stil met hun kijk op de wereld.
Het raakt en ontroert me. (Nu moet ik zeggen dat dat mijn hele loopbaan als leerkracht niet anders is geweest, kinderen maken me stil en blijven prachtige leermeesters).
Toch hebben jullie kinderen me stil gemaakt.
Me vaak meegenomen naar hun wereld.
En ik hen, waar mogelijk geprobeerd hen mee te nemen in ‘onze’ wereld door deze overzichtelijk, rustig en veilig te maken.
Ik ben geen expert. Maar heb in dit jaar en zelfs in de maar zo korte periode wel heel veel nieuwe vaardigheden mogen ontwikkelen.
Dat is een prachtige verrijking!

Onze kinderen maken een verschil. Door gewoon mee te kunnen doen. Door er te zijn en de wereld ook te laten zien dat zij net zo goed een bijdrage kunnen leveren aan de groei van een ander.

Het is fijn om het zo tastbaar verwoord te kunnen zien en dat wilde ik graag delen.

Rugzak, rugzak

We kennen het rugzakliedje van Dora inmiddels al uit ons hoofd en we komen niet echt rugzakken tekort in dit huis als ervaren OV reizigers. Maar een nieuwe school die kwam met een lijstje die Kevin nodig heeft op de Enkschool. Daarop stond ook: een grote rugzak/tas waar een A4 map inpast. Helaas is zijn huidige rugzak te klein, het is uitermate geschikt voor een A5-mapje en een opgevouwen pappa pinguin… die rugzak heeft al een hoop meegemaakt.

Kevin reageerde opgetogen! Na zijn Bubble Guppies fietsbel zag hij ook wel een Bubble Guppies rugzak zitten. Maar ik betwijfel of er zelfs in de States dat soort apparel op de markt is aangezien het een gloednieuwe serie is, maar ja, niet geschoten is altijd mis niet waar? Je weet het maar nooit. Omdat manlief even het huis voor zichzelf wilde hebben ging zijn zusje ook mee op stap. Op naar de Boreelkazerne waar meerdere winkels aldaar wel wat zouden hebben: het toetje was om nog even naar de gele supermarkt (de Jumbo) te gaan.

Éénmaal in de eerste winkel hadden we zijn nieuwe gympen voor de gym snel gevonden en het viel me op hoezeer hij mentaal gegroeid is. Was het jaar geleden nog knokken om hem in een schoenenwinkel te houden, nu zocht hij kritisch mee en gaf aan wat hij wel en niet leuk vond. Schoenen passen: geen probleem. Mamma volgen: eitje. Wachten bij de kassa: helemaal top zeker omdat het erg druk was.

Maar een rugzak vinden die voldeed aan de eisen, dat was nog een hele kluif. Het grootste formaat cars rugzak is aan de bovenkant rond en ja, die ronding zorgt ervoor dat er geen map in past. Een beertjes rugzak vond hij niks en zo liepen we rond. Na een bezoekje aan de Blokker (voor pappa),  Kruidvat ernaast (helaas kleine formaatjes) gingen we kijken in de andere schoenenwinkel. Helemaal verstopt in een hoekje hingen diverse rugzakken. De Cars en Toy Story rugzakken die voor de winkel in een rek hingen waren net te klein (zelfde model met een ronde bovenkant), maar de aanhouder won. Waarom er zoveel bloemen óf Hello Kitty tassen daar hingen (Susannah vond ze erg mooi) is me nog steeds een raadsel (zijn meiden nu echt de rugzakdoelgroep?), maar verstopt aan de achterkant hingen Spiderman rugzakken: het perfecte formaat.

En Kevin, Kevin was meteen akkoord! Spiderman kent hij wel (pappa heeft zijn comics-kast bij Kevin op de kamer staan en talloze Spiderman pyjama’s daarbij..) en dolgelukkig rende hij naar de kassa terwijl ik de rest terug hing. In zijn enthusiasme liep hij naar buiten toe en tja het alarm ging af. Gelukkig waren de winkeldames erg lief voor hem en na de centjes te hebben betaald verlieten drie tevreden klanten het pand, mét een geschikte rugzak. Pappa vond hem ook erg cool en die Bubble Guppies, daar heb ik hem niet meer over gehoord.

De Hamvraag

Het gebeurt niet zo vaak meer, sterker nog: de momenten dat Kevin overloopt van de spanning na een schooldag zijn een zeldzaamheid geworden. Als hij nog maar net de jas uit heeft en je begint over een boterham eten, knallen de emoties eruit en is alles even te veel. Joost mag weten waarom want de onmacht is even te groot voor hem. Dus mag hij even naar de gang om op adem te komen. Voor een buitenstaander komt dat misschien komt dat over als een botte reactie, maar daar zijn er nauwelijks prikkels en kan hij even alles in zijn koppie ordenen. Na een tijdje komt hij weer bij ons en hij gaat stilletjes op de bank zitten. Ik laat hem maar zo, lang geleden heb ik al geleerd dat teveel aan hem trekken zal resulteren in een nog bozer kind.

Susannah en ik gaan over tot de orde van de dag en we spelen lekker even samen totdat er natuurlijk nog wel wat gegeten moet worden. Met een simpele vraag aan het peutermeisje wat ze op brood wil ontlok ik een reactie van Kevin. Hij wil ook een boterham met hagelslag en mamma, ook een boterham met chocopasta. Hij is weer in ons wereldje klaar om mee te doen. Inmiddels heb ik zijn schriftje gelezen: hij heeft een hele goede morgen gehad dus dat kan het niet zijn.

Tot dat ik een brief vind: één van zijn juffen – die er ook net begon toen hij op Piccolo werd geplaatst – gaat werken op een andere locatie. Heel fijn voor haar, want Hedy is een geweldige juf en ontzettend lief met bakken geduld. Wat fijn dat ze nog voor Lindenhout blijft werken en wat zal ze ook een aanwinst zijn. Ze boffen daar zeg!

Maar dit nieuwtje doet wel heel veel met mijn zoon, hij vindt Hedy een hele lieve juf.  Ze hebben een band die je even niet zo maar kunt negeren. Met deze kennis op zak vraag ik hem: ‘Was juf Hedy vandaag voor het laatst?’

Een beetje bedrukt antwoordt Kevin: ‘Ja.’

‘Vond je dat moeilijk?’

Kevin knikt heftig ja en bevestigt het: ‘Ja!’

Waarvan akte. Lieve juf Hedy, als je dit leest (wie weet): dank je wel voor je goede zorgen, geduld en aandacht die je ons kind daar hebt geschonken. Dat je ook op de andere locatie zo’n grote & positieve indruk kunt achter laten op een zorgkind.

Kunnen we het plannen? Nou en of!

Het is algemeen bekend dat kinderen die gediagnostiseerd zijn in het autistisch spectrum – voor ons is het PDD-nos voor Kevin – veel structuur nodig hebben. Structuur aanbieden roept men dan meteen. Maar hoe pak je dat dan aan? Waar begin je?

Structuur en planborden

Één van de belangrijkste stelregels in ons huis is dat afspraak is afspraak, maar ook het doorlopen van een vast patroon door de dag helpt enorm. Zodra ze ouder worden wil je toch dat ze zelfstandiger worden en dat ze dus ook dingen uit zichzelf kunnen doen. Pictogrammen en foto’s helpen hierbij. Zo hebben we boven op Kevin’s kamer een Albert Hein recepten houder staan met pictogrammen hoe het ochtend- en avond ritme verloopt. Zeker kinderen die door hun omgeving snel worden afgeleid hebben hier veel steun aan. En ik was het ook zat om als drillsergeant Kevin instructies te geven terwijl zijn zusje ook haar ritme aan het doorlopen was. Hieronder kun je zien hoe bijvoorbeeld het ochtend ritueel start.

Ga er niet vanuit dat je kind dit meteen snapt. Wat ik eerst deed was rustig de plaatjes door te nemen, met Kevin heb ik dus een plaatje bekeken en het een naam gegeven. Zo weet je meteen hoe jouw kind een plaatje opvat en samen kom je er altijd uit om iets creatiefs te bedenken. Mijn tip is per twee picto’s de plaatjes te tonen, zo ziet je kind wat er na een plaatje komt, en als het eerste plaatje is geweest kan hij een verband leggen wat er van te voren is geweest. Als je een blaadje omslaat, laat dit dan aan je kind zien. Zo leert hij zelf ook te bladeren en kan hij rustig de volgorde doorlopen. In het begin kost dit veel tijd. Maar als je consequent er bij stil blijft staan en alle stapjes benoemd en uitlegt zul je snel merken dat je kind het uit zich zelf gaat doorlopen. De laatste tijd gaat het bij ons zo goed dat vaak Kevin sneller klaar is dan mamma met Susannah het kan doen. Ik zorg er wel voor dat als we meteen boven zijn, ik zijn aandacht vestig op de klapper (want oh, het speelgoed!) en daarna loopt het vanzelf.

Een andere tip van autistische ouders is dus alle stapjes van een ritueel (zoals wassen of aankleden) in picto’s op een A4’tje te vatten, deze te plastificeren en dus per kamer of zelf op de plek in de kamer op te hangen. Bij Kevin werkt de klapper beter, omdat je het aantal picto’s gemakkelijk kan doseren. Op een A4’tje staan dan heel veel plaatjes bij elkaar.

Kunnen we het plannen?

Op Lindenhout Piccolo bieden ze de dag middels een groot planbord aan. Op een grote whiteboard hebben de gekleurde dagen een opsomming van kindjes en juffen die aanwezig zijn, ernaast de dagen hangt een ochtend schema in foto’s (en soms ook picto’s), en nog andere zaken. We hebben deze structuur overgenomen voor een persoonlijk planbord voor Kevin. Op de website van Ik denk in beelden (geweldige site ook voor kinderen in het ASS-spectrum), staan tips hoe je een planbord voor kinderen of volwassenen kunt inrichten. Monique Huizen gaf me de tip (dank je wel Monique!) om bij Action een weekplanbord te kopen en dus geschiedde.

Het planbord bij de Action kost ca 4 euro, daarnaast heb ik klitteband daar gekocht zodat je met het aantal blanco magneetjes die erbij komen, gemakkelijk Pictogrammen kunt verwisselen die je bv niet veel gebruikt. Omdat de dagen op Lindenhout Piccolo kleuren hebben, had ik minstens een velletje rood, geel, oranje, groen, blauw en een andere kleur nodig. Omdat we nog twijfelen over de aanschaf van een lamineer apparaat, gebruik ik het goedkope boeklon om de dagen te plastificeren.

Hoe kom ik aan pictogrammen zul je je afvragen. De website Sclera staat er vol mee! Daarnaast bestaat er het super handige software programma Picto Selector waarmee je handig Picto’s kunt sorteren en deze in handige formaten kunt uitprinten (ook de Sclera Pictogrammen!).

In deze drukke dagen van de Sint, ben ik toch het planbord gaan gebruiken ondanks dat ik onze pictogrammen nog niet in een kleiner formaat heb. Bij de planbord van de Action komen al hele handige en duidelijke pictogrammen en samen met de magneetjes van een beloningsbord komen we erg ver. Wat ik niet wist, maar wat wel een enorme bonus is, is dat het planbord zelf ook magnetisch is. Dus hij past perfect op de koelkastdeur!

De algemene planning van dinsdag:

De middag planning van vrijdag:

Voor Kevin is het duidelijk dat de maandag rood is, de dinsdag oranje, woensdag is geel, donderdag is groen en vrijdag is blauw. Het weekend hebben we roze gemaakt. Hij weet welke dag het die dag is omdat er een pijl boven staat. Elke ochtend loopt hij de keuken in en noemt hij op wat hij ziet. Hij omschrijft het ook meteen (Mamma, vandaag is het vrijdag!) en ik wijs dan op het ontbijtmagneetje om te vragen wat hij wil eten. In de middag bij thuiskomst loopt hij ook meteen de keuken in om te zien hoe ik zijn activiteiten heb gestructreerd. Dit op basis van de dingen die hij het liefste doet of dat hij al gewend is. In het weekend gaan we samen magneetjes plaatsen, want dan is de planning wat ruimer en daar gaat hij goed mee om. Een verschil mag er zijn van ons. Let wel, ik wil de magneetjes nog vervangen door de een kleinere versie van de pictogrammen die we boven gebruiken. Op een één of andere manier heeft dit planbord geen magneetjes waarop spelen of speelgoed staat en van mij mogen kleuters nog steeds lekker veel spelen of knutselen.