Author Archive

Als praten niet vanzelf sprekend is…

Stel je eens voor, je arriveert in een nieuw land. Je kent de taal niet en je kunt je zelfs niet verstaanbaar maken met het nodige handen en voetenwerk. Maar er is iemand die desondanks dat dit niet lukt toch bij je blijft, voorbij deze communicatiestoornis kan kijken en je ziet zoals je bent. Je voelt je veilig, geborgen in de cocon die om je heen wordt gesponnen. Maar deze cocon is niet altijd daar, er komen meer momenten dat je in je eentje in die buitenwereld moet begeven. Deze buitenwereld is er nu eenmaal omdat ze jou datgene kan geven wat je nodig hebt zodat je in je eigen basisbehoeften kunt voor zien. Je snapt niet wat ze van je willen, je probeert het wel maar ze snappen je gewoon niet. Je gids zoekt en zoekt en met hulp weten ze iemand te vinden die jou kan helpen om je wel verstaanbaar te maken zodat je in deze voor jouw vreemde maatschappij mee kan doen zodat als je gids wegvalt, je wel in je eigen basisbehoeften kunt voor zien.

Beste lezer: laat dit eens in je inwerken. Hoe zou jij je voelen? Zou jij er best wel mee kunnen leven dat je zonder hulp en als je gids wegvalt je helemaal in je eentje er voor staat. In die maatschappij die niet met jou wil en kan communiceren? Is dat acceptabel?

Taal is de basis van alles. Zonder taal is het in onze maatschappij verdomd moeilijk om te overleven in je eentje. En als een taal/spraakstoornis je ook nog belemmert in het eigen maken van kennis (het leren van een vak bijvoorbeeld) terwijl je zoveel in je mars hebt, dat je zoveel kunt bijdragen als je maar die kans krijgt om het te leren, dan spreken we hier over een essiëntele basisbehoefte waar je niet zonder kan.

En toch heeft het College voor Zorgverzekeringen spraakstoornissen in hun Technische rapportage ziektelast bestempelt als ‘ach je kunt er prima mee leven hoor.’ Nee, ze doen geen uitspraken of dit uit het pakket moet worden gehaald, en ja ze zeggen duidelijk het volgende:

De zorg is niet getoetst aan de hand van de vier pakketcriteria die wij normaliter hanteren bij pakketbeoordelingen, namelijk effectiviteit, kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid. De rapportage is dan ook geen pakketbeoordeling of pakketadvies en de gebruikelijke adviesroute met consultatie van belanghebbenden en advisering door de Advies Commissie Pakket (ACP) is achterwege gebleven. Dit impliceert dat de medische en maatschappelijke consequenties niet door ons zijn beoordeeld. In lijn met onze eerdere uitvoeringstoets beschrijven wij wel de mogelijke problemen op zorginhoudelijk en uitvoeringstechnisch terrein.

In het rapport zelf wordt op pagina 52 een moeizaam onderscheid gemaakt wat nu onder ‘speech problems’ wordt verstaan.

Het is lastig een zuivere schatting te geven omdat niet bekend is welk deel van de behandelingen dienen voor ‘speech problems’ en welk deel voor bijv. slikstoornissen. Obv bovenstaande bron wordt dit ruwweg geschat op (40%+24%) 64%.

In deze opsomming staat 40% voor een spraakstoornis, 24% voor een taalstoornis. Dit implicieert dus dat ook taalstoornissen en behandelingen die hiervoor nodig zijn ook hieronder gaan vallen.

Dus ja, laat die kinderen die geboren worden met een taal/spraakstoornis maar lekker in de kou staan. Laat ze maar opgesloten blijven in hun eigen hoofd terwijl hun ouders ze zo graag willen helpen als hun gids, maar het niet kunnen betalen. Maakt niet uit of je super intelligent bent, maar dat je neurologische aanleg er voor zorgt dat het leren praten net anders verloopt dan een normaal mens. Of dat het hand in hand gaat met hoorprobleem, of autisme. Want ach, daar kun je dus volgens het CVZ prima mee leven toch?

Mijlpalen en een nieuwe fase

Het is bijna zover. Onze grote kleine meid vraagt al wekenlang of ze op die dag al vier is geworden. Want ze weet: als je vier wordt, mag je naar de basisschool. Ze is er al maanden mee bezig. Op de peuterspeelzaal nam het ene groepsgenootje na de andere afscheid, en ja, dan wil je ook. Dat snap ik wel. Vandaag mocht ze kennismaken en dat vond ze helemaal super leuk. Onderweg naar school vraagt ze me: ‘Gaan we echt naar de Vlieger mama, echt?’ En als ik bevestigend antwoord zegt ze: ‘jippie jippie, wat spannend!’ Het ging hartstikke goed en overblijven zag ze ook wel zitten.

Maar wat gaat het snel. Zo ligt ze als het allerliefste kleine humpie ooit pasgeboren in je armen, en zo gaat ze als een stoere meid naar de grote meidenschool. Dat wordt loslaten voor papa en mama, afscheid nemen van de peuterjaren die zo soepel verliepen. Susannah is straks een kleuter en is er he-le-maal klaar voor. Mama op dit moment nog niet zo.

Er gebeurt momenteel zoveel dat het flink aanpassen wordt. Want ook deze mama gaat een nieuwe fase tegemoet. Ik ben een herintreder geworden op de arbeidsmarkt. Begin februari start ik in een nieuwe baan – naast de rollen van partner, mama en mantelzorger – die me erg leuk en leerzaam lijkt. Als gevoelsmens worstel ik nu met mezelf, maar dat komt wel goed. Gelukkig heb ik nog 3 weken om te wennen aan deze nieuwe fase die eraan komt en wie weet fiets ik dan ook naar mijn nieuwe baan al denkend ‘jippie jippie, wat spannend!’

Het jaar 2012 gevangen in foto’s…

 

We wensen jullie allemaal een heel fijn 2013 toe!

Een erfenis van stil verdriet

Mijn hele leven lang heb ik één opa en oma gekend en dus ook één kant van de familie. Er was wel één oom, de broer van mijn vader die vaak met zijn gezin bij ons kwam en heel sporadisch was er contact met andere broers en zussen. Dit gemis en gebrek aan contact is een erfenis van de tweede wereldoorlog. Mijn opa sprak zelf zelden over de oorlog, maar we weten wat hij heeft gedaan en zijn er in stilte heel trots op. Vlak na zijn overlijden vond een joodse familie dan eindelijk mijn opa’s adres en ze wilden hem graag bedanken voor het riskeren van alles voor hun leven. Het was een keuze die hij toen maakte en het was ook zijn keuze om elk eerbetoon af te wimpelen.

Zo anders was het voor de andere kant, de familie die we eigenlijk nooit hebben gekend. Ongeveer 12 jaar na de tweede wereldoorlog werd het gezin van mijn vader (die zelf na de tweede wereldoorlog is geboren) ruw uit elkaar getrokken na het overlijden van zijn moeder. Heel lang hebben we het moeten doen met geruchten en de taboesfeer die hier om heen hing: niemand binnen die familie wilde de kinderen in hun midden opnemen en de jonge kinderen kwamen in pleeggezinnen en weeshuizen terecht. Mijn vader heeft nooit de warmte en liefde van het gezin gekend totdat hij verliefd werd op mijn moeder. Mijn grootouders hebben hem warm onthaald en pas daar leerde hij hoe het echt kan zijn. Deze erfenis heeft hij doorgegeven aan zijn eigen kinderen.

Pas zes jaar geleden kregen we iets meer inzicht in wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog zo fout is gegaan in Hengelo. Mijn oma was voor de oorlog getrouwd met een Duitser en tijdens de oorlog heeft ze hem de deur gewezen. Heel lang was er het gerucht dat deze man in Duitse dienst was getreden, maar het blijkt nu dat hij al die tijd in dezelfde stad is gebleven maar echter niet meer thuis welkom was. Naar het waarom blijven we vooralsnog gissen. Opvallend was dat deze man een Nederlandse stamboom heeft, maar door het huwelijk van zijn ouders een Duits paspoort kreeg. Maar ja, het Duitse paspoort gaf hem het aanzien van een echte Duitser.

Er was echter meer aan de hand. In het gezin van mijn Hengelose oma werd er gekozen voor zowel het verzet als collaboratie (door bijvoorbeeld lidmaatschap van de NSB): een verscheurd gezin tijdens deze oorlog. Vele geruchten gaan nog steeds in de rondte welke keuzes mijn Hengelose oma heeft gemaakt. Het zat haar familie dwars dat ze op uitnodiging van haar zus en schoonzus ging feesten met de Duitsers. Ook gaat er het gerucht dat één van haar dochters een Duitse vader – een militair – heeft. Maar het zijn geruchten en hopelijk kan het NIOD – als mijn oma daar een dossier heeft – ons verder kan helpen om haar te kunnen begrijpen om dat boek te kunnen sluiten.

Maar wat vaststaat, is dat door deze geruchten en de keuzes gemaakt in de Tweede Wereldoorlog zes kinderen ernstig heeft beschadigd. Niet alleen doordat ze zonder hun broers en zussen moeten opgroeien, maar ook door de geruchten over een foute keuze die hun moeder heeft gemaakt en nu nog steeds moeten leven met dit taboe. Zes jaar geleden hoorde ik hoe mijn overgrootmoeder zelf de moeilijkste keuze in haar leven moest maken. Niet alleen moest ze lijdzaam toezien hoe twee van haar kinderen de foute kant kozen, maar ook dat deze keuze het haar onmogelijk maakte om deze zes kinderen na het verstrijken van de tweede wereldoorlog een huis te bieden. De schande was gewoon te groot, maar tot aan haar sterfbed heeft ze een intens stil verdriet gehad, een stil verdriet dat de kinderen die de erfenis van hun moeder nog steeds bij zich moeten dragen.

Als een kind van de tweede generatie merk ik dat ik dit op een afstand kan bekijken met wat mijn opa me heeft bijgebracht als een stevige richtlijn. Hij heeft een kind van een ‘foute’ Nederlandse een w arm nest geboden en met de mantel der liefde bedekt en geleerd hoe het wel kan. Hij zag dat mijn vader niets kon doen aan fouten die zijn gemaakt door zijn moeder en dat ook hij een kans verdiende op een beter leven.

Nu dat we bijna weer 4 mei gaan herdenken mis ik de vergevingsgezindheid en begrip. De discussie rondom Auke de Leeuw’s gedicht gaat nauwelijks in op de boodschap die het draagt: moeders blijven altijd van hun kinderen houden ongeacht welke fouten ze maken. Het is moeilijk om dit toe te lichten als mensen struikelen over de fouten van een kind en hoe dit het leven van een moeder en de rest van het gezin onherstelbaar veranderden. Het gaat mij niet om die foute mensen en ik wil dat niet goed praten, maar het gaat me aan het hart dat de moeders van die mensen die machteloos moesten toekijken en zelfs nu nog worden genegeerd.

Nu dat ik weet wat voor een erfenis van stil verdriet er altijd aanwezig is geweest, wil ik stil staan bij mijn overgrootmoeder. Door de foute keuzes van haar kinderen heeft zij jarenlang haar verdriet niet mogen tonen. Zelfs nu niet als het uit de maatschappelijke discussie blijkt dat anderen niet de ruimte gunnen om dat in vrijheid te herdenken. Wat ik de afgelopen week heb geleerd is dat niemand weet hier een antwoord op zonder een Godwin toe te passen, niemand die wil zeggen wanneer er dan wel ruimte is voor een groot verdriet als deze.

Ik weet

En ik herinner

Denkend aan die tranen

Die ze nooit heeft durven laten

Category: Familie  Leave a Comment

Schade van het verleden; Littekens van nu

Gisteren kreeg ik een onverwachts telefoontje van een tante die ik (mede ook door scheiding van haar en mijn oom) zeker 15 jaar niet meer had gesproken. Ze bedankte me voor het inzicht die ze had gekregen door wat ik 5 jaar geleden heb opgeschreven voor mijn vader. Toen was een neef bezig met een groot stamboomonderzoek en deze neef wilde weten wat er met onze kant van de familie was gebeurd.

Nu schrijf ik graag en veel als het lukt, maar ze bedankte me niet voor deze levensgeschiedenis van mijn vader waarin ik schetste hoe moeilijk hij het had gehad door zijn jeugd in kindertehuizen. Tijdens de gesprekken met mijn verre neef werd iets anders duidelijk en dat gaf haar een inzicht waar ze al ruim 40 jaar naar zocht: erkenning en duidelijkheid. Duidelijkheid betreffende het explosieve gedrag van haar ex-man en de problemen die haar kinderen ondervonden. Met een dikke stem vertelde ze me dat ze nu in overleg met de instelling waar haar jongste wordt verpleegd (hij is autist en is na zware mishandeling verstandelijk gehandicapt geworden) kan aangeven dat autisme en andere aanverwante stoornissen in die kant van de familie voorkomt. Ineens zag ze in dat het gedrag van haar oudste (erg intelligent maar net als zijn vader explosief gedrag), niet alleen aan de opvoeding heeft kunnen liggen. De bevindingen van mijn verre neef liegen er namelijk niet om: tijdens het onderzoek werd duidelijk dat in de familie er uitersten zijn van hoogopgeleide rechters tot familieleden die in de goot en in instituten moesten worden verpleegd.

Had ze het maar geweten, had ze er toen maar naar kunnen handelen. Maar de schade in dat gezin is groot en dagelijks worstelt ze zelf nog met de erfenis van een heftig huwelijk waarin haar echtgenoot losse handjes had.

Met deze kennis en aantoonbaarheid van psychiatrische stoornissen die erfelijk zijn vraag ik me weleens af waar populistische politici mee bezig zijn. Dit zijn niet zomaar vlekjes en etiketten die ineens opgeplakt worden door ondeskundige personen (en de eerste onnozele gans die waarde hecht aan woorden van een psycholoog heeft geen kennis van zaken. Alleen psychiaters mogen hierover uitspraken doen over diagnoses als deze). Deze stoornissen grijpen al decennia (en langer) in op het gezinsleven van velen met grote gevolgen. ‘Vroeger’ zag men het niet omdat deze kinderen meer op de gang zaten voor straf (wie kent ze niet?) of dat bv kinderen met autisme (Kanner kwam zelf met deze definitie in 1943) uit huis en in een instituut werden geplaatst. Nu geven we dit soort kinderen en mensen een kans om mee te doen in de maatschappij en daardoor zijn ze ineens zichtbaar voor iedereen. En daarbij is dus de mythevorming ontstaan van een modeziekte terwijl dit niet het geval is.

Door het te onderkennen en af te doen als aanstellerij wordt er een onvoorstelbare schade aangericht in gezinnen waar dit wel speelt. Ik hoef nu alleen maar te denken aan mijn tante die nu weer een stukje van het verleden kan verwerken doordat ik het voor haar zichtbaar heb neergezet dat autisme spectrum stoornissen bestaan, ook in een complexe familie als de onze.

De wet OKE, VVE en de impact op peuterwerk

Sinds februari weten mochten wij vanuit het nieuws vernemen dat de peuterspeelzalen – inclusief die van onze dochter- gaat sluiten vanaf 1 september dit jaar. Gemeente Deventer is hier niet de enige die dit doet: landelijk worden peuterspeelzalen gesloten en wie een beetje zoekt kan tal van berichten hierover terug vinden. Dit heeft meerdere redenen. Een gemeente moet zijn welzijnsbegroting rond krijgen of zelfs op inleveren en dan is het peuterwerk één van de eerste zaken die moet inkrimpen. Ten slotte is er de kinderopvang, toch? Hier kom ik straks nog op terug.

Wet OKE misschien niet zo ok voor de peuters van nu?

Een andere reden is het doorvoeren van de wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) waar diverse peuterspeelzalen worden omgebouwd tot peuterzalen/voor- en vroegtijdige educatie. Er is nog steeds een discussie gaande hoe dit aan te pakken en er draaien landelijk 30 scholen een pilot in het schooljaar 2011-2012. Zo bestaat bij de minister van onderwijs het idee om het onderwijs aan de peuters te laten doen door hbo opgeleide krachten, maar de vakvereniging trekt het nut hiervan in twijfel. Wat wel een feit is, is dat in onze gemeente de grootste peuterspeelzaalaanbieder – namelijk het Raster – tot medio 2015 de tijd had gekregen om alles te hervormen. Had, ja dat lees je goed.

Afgelopen woensdagavond was er een bijeenkomst georganiseerd door het Raster waar ouders meer informatie kregen over hoe het zo ver had kunnen komen. Vanuit het Raster werd het verhaal verteld dat door de wispelturigheid van één wethouder die alle adviezen om het niet te doen (ook van zijn eigen ambtenaren) naast zich neerlegde. Het moest en het zou per 1 september 2012 gebeuren, eerdere afspraken werden teniet gedaan.

Het Raster heeft sinds september 2011 twee peuteropvang projecten opgestart, maar het nieuw ingerichte peuterwerk is nog niet eens geëvalueerd. Tot die tijd draaien de normale peuterspeelzalen hun programma die gebaseerd is op de pedagogische piramide-methodiek. Deze pedagogische aanpak sluit nauw aan op de basisscholen.

Een Peuterspeelzaal is Kinderopvang-mythe

Laten we nu eerst de mythe ontkrachten dat peuterspeelzalen hetzelfde zijn als kinderopvang. Kinderopvang is precies dat: een plek om kinderen op te vangen en het dagelijkse ritme zo goed mogelijk na te bootsen. Op de kinderopvang wordt er geen aandacht besteed aan het schoolse en er is er geen pedagogisch programma. Een peuterspeelzaal heeft dit wel doordat men de piramide-methode gebruikt en deze methodiek loopt door in groep 1 en 2 van de basisschool. Daarnaast is het dagdeel programma dusdanig ingericht dat de kinderen aan het eind van hun peuterspeelzaalperiode gewend zijn aan het schoolse ritme. Wil je peuters goed voorbereiden op de basisschool, dan is de peuterspeelzaal de beste plek. Er is op sommige kinderopvangcentra het programma  Kaleidoscoop, maar deze is als methodiek nog volledig in ontwikkeling.

De beredenering dat ouders net zo goed hun peuters naar de kinderopvang kunnen doen en daarvoor de commerciële prijzen te laten betalen loopt dan ook geheel mank. Waarom zou je kind daar naar toe doen als het pedagogische klimaat er niet naar is? Of dat je gehele dagen moet afnemen in plaats van een paar uur? Ik hoor veel om me heen dat juist ouders heel bewust kiezen voor de peuterspeelzaal omdat het een geheel andere opzet heeft dan de kinderopvang.

Potjes en budgetten

Natuurlijk, andere potjes en budgeten vanuit de overheid, ook in Den Haag. Minister Kamp heeft de verantwoordelijkheid van kinderopvang en peuterspeelzaal werk en gaat juist korten op de kinderopvang. Voor extra geld om taalachterstanden aan te pakken wijst hij door naar de Minister van Onderwijs. Maar heb je een kind dat vanuit het consultatiebureau niet een vve plek krijgt toegewezen… trek dan maar je portemonnee. Wat schrijnend is om te zien is dat er vanuit het ministerie geen enkele coördinatie is hoe de wet OKE wordt uitgevoerd. Elke gemeente pakt het anders aan naar mate er geld beschikbaar is. In de gemeenten Almere en Apeldoorn zijn de peuterspeelzalen compleet weggevaagd. In Almere lijkt men nu wakker te worden want er is inmiddels al een forse wachtlijst voor een plek op de peuterspeelzaal  en maakt men zich zorgen over de ontwikkeling dat er dus ‘zwarte’ peuterspeelzalen ontstaan.

Een zorgelijke ontwikkeling, want taalachterstanden discrimineren niet: het kan in elk gezin gebeuren, van autochtone gezinnen met hoogopgeleide ouders tot allochtone gezinnen waar Nederlands een tweede taal is. Waar blijven dan die zorgkinderen waar er meer aan de hand is dan dat Nederlands een tweede taal is? Wat zijn de gevolgen voor het andere traject dat ‘Passend Onderwijs’ heet?

VVE-plaatsen

Omdat onze dochter opgroeit in een gezin waar het autisme van haar oudere broer alles beïnvloedt, hebben wij door het consultatiebureau een VVE plaats toegewezen gekregen. Op de peuterspeelzaal leert ze hoe ze kan spelen met andere kinderen en hoe het wel kan gaan. Onze gemeente kent niet alleen VVE plekken toe aan kinderen met een taalachterstand, maar ook die kinderen die elders in hun ontwikkeling een extra steun kunnen gebruiken. Prima, goed initiatief. Nu kunnen we het nog net opbrengen, maar omdat de tarieven omhoog gaan, ook voor de VVE plekken is het afwachten of onze dochter (maar dit speelt ook in andere gezinnen) per 1 september terugkeert naar haar VVE plekje.

De aangekondigde 1 miljoen voor VVE in gemeente Deventer om taalachterstanden voor alle peuters weg te werken : echt geweldig! Maar ergens is er onder de gewone man en bij de politieke partijen het beeld ontstaan dat taalachterstanden zich alleen voor doen bij allochtone kinderen in achterstandswijken. Dat is iets waar ik me toch zorgen over maak. Juist omdat de problematiek van het hebben van een taalachterstand veel breder kan worden getrokken dan men nu doet. Daarnaast vraag ik me af of deze 1 miljoen dan ook beschikbaar is voor kinderen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken voor hun ontwikkeling dat niet aan een taalachterstand is gerelateerd…

En wat nu?

Vooralsnog verkeren we in limbo. De gemeente zegt dat ze een wederdienst gaan verlangen van ouders die een kind hebben met een VVE plaatsje. Er staat nog niks op papier hoe dit eruit gaat zien, waar een ouder aan moet voldoen of wat de nieuwe tarieven worden. Een prachtig proefballonnetje waar diegene die er echt mee te maken hebben helemaal niets aan heeft.

Medio april/mei moet dit duidelijk zijn, maar het verhaal vanuit Raster is dat er elke keer vanuit de gemeente er weer iets veranderd en dat er geen schot in de zaak komt. Er valt moeilijk afspraken te maken met de gemeente zo. En diegene om wie het gaat is slechts bijzaak, op duidelijkheid moeten we lang wachten. Helaas is dit dus één van die vervelende consequenties als je beleid maakt in Den Haag, het deponeert bij de gemeente en dus verder de handen er vanaf trekt.

Het lijkt momenteel wel dat men voor de bühne extra geld beschikbaar maken voor die kinderen met een taalachterstand, maar bij bijna elk nieuwsartikel hierover komt er in het commentaar naar boven drijven dat men denkt dat dit alleen voor allochtone kinderen gaat.  De tendens dat vanuit Henk & Ingrid voort komt is dat die ouders er zelf maar voor moeten betalen, dit zonder te beseffen hoe ernstig een taalstoornis kan zijn… waarop er weer gereageerd gaat worden en morgen weer bij het vragenuurtje rechtse politici hun plekje opeisen bij de interruptie microfoon. Want ja, eigen verantwoordelijkheid, zelf voor betalen en het gaat maar door terwijl het kind aan de zijlijn blijft staan.  En zo houden we elkaar bezig, want zo schuif je het probleem alleen maar door.

De vraag blijft echter: waar gaat het geld naar toe en hoe wordt het geoormerkt? Komt het echt terecht bij die kinderen en gezinnen die het zo nodig hebben?

Wel is het bemoedigend dat vanuit het Raster wel wordt nagedacht om zorgkinderen op te sporen die anders thuis blijven omdat de gemeente – nou ja, de wethouder – als een olifant door de porseleinen kast dendert. De gemeente is er zich niet van bewust is dat er minstens twee lichtingen van peuters zullen zijn die door deze gecreëerde onzekerheid, zeker met een achterstand op de basisschool beginnen omdat er nog niks voor hen is per 1 september. Ouders moeten echter wel voortijdig kunnen handelen. Want het gevolg van deze onduidelijkheid en incompetentie vanuit de gemeente is dat die kleintjes dan uiteindelijk nog een achterstand hebben als ze kunnen instromen in het basisonderwijs. Ook dat gaat geld kosten mensen. Gelukkig zegt het Raster wel dat we de kinderen, ook per 1 september kunnen komen brengen als de gemeente zijn zaken niet op orde heeft. Of wij en met ons vele andere ouders, haar plekje nog kunnen bekostigen is een andere zaak…

Gewonnen!!

In dit huis wordt er – naast het spelen en heel veel puzzelen – behoorlijk wat getekend, geschilderd en geknutseld. Susannah vindt niets zo heerlijk om te kliederen op papier en kleurplaten vindt ze helemaal geweldig. Dus als ik bij onze boekhandel ben vraag ik altijd naar kleurplaten. Vaak hebben ze een nieuwe van Dikkie Dik of Kikker en die worden altijd met veel plezier ingekleurd.

Maar in september kreeg ik een kleurplaat mee met een klein beertje met haar mama-beer. De ‘aww’s wat lieeeef!’ vlogen in de rondte en er werden ook nog wat kusjes uitgedeeld. We hadden een heerlijk uurtje waarin ze vrolijk aan het kleuren en het kletsen was. Veel later zag ik dat op de achterkant meer stond. Je kon namelijk de kleurplaat insturen. Susannah wilde het wel op de bus doen met mama en ik dacht dat we misschien wel een leuk kaartje terug kregen. Altijd leuk toch? Een maandje ging voorbij en ik had er als mama niet meer aan gedacht. Tot afgelopen zaterdag toen ineens de postbode aanbelde.

Een dik pakket werd me overhandigd en het was voor Susannah. Veltman Uitgevers? Samen op het bed hebben we de verpakking open gemaakt en tussen drie prentenboeken in kwam de brief:

‘Gefeliciteerd!!!

Beste Susannah,

Van harte gefeliciteerd met het winnen van de kleurwedstrijd voor jouw leeftijdscategorie.

Wij vonden jouw tekening de mooiste tekening!

Ons meisje heeft een kleurwedstrijd gewonnen!!

Susannah is er helemaal blij mee, en wij ook want voorlezen doen we heel graag.

De Buit:

De tekening waar zo hard aan is gewerkt!

Dus Veltman Uitgevers dank je wel voor deze aangename verrassing!

De aanpak van vroegtijdige taalondersteuning in onze gemeente

In juli kregen we het bericht dat de remedial teacher op gebied van taal van de peuterspeelzaal moest verdwijnen. Ik was ronduit geschokt en bedroefd dat desondanks dat de wethouder belangrijk vond dat kinderen zonder taal of ontwikkelachterstand op de basisschool kunnen beginnen, kwam leek me dit een kwestie van het paard achter de wagen spannen door het Raster. Het was me echter al wel opgevallen hoeveel klasgenootjes van onze dochter ineens 4 dagdelen op de peuterspeelzaal zaten terwijl ze goed konden praten. Drie jaar geleden werd dit gedaan als uitzondering en moest je door flink wat hoepels springen. Een moeder gaf bijvoorbeeld aan dat haar kind behoorlijk druk was en dat ze zo wat werd ontlast. Maar dat heeft niets met een taalachterstand te maken, misschien een ontwikkelingsachterstand, maar daar ben ik erg voorzichtig mee om dat uit te spreken. Twee weken geleden stapt de juf op me af, waar ze anderhalve week van te voren zei dat ze ons kind vond achterlopen voor een driejarige (blijkbaar compleet vergeten dat Susannah net twee en een half is) ziet ze nu geen achterstand meer. Schiet mij maar lek. Wel wil ze kijken of ze ons kind voor vier dagdelen kan plaatsen zodat ze meer kan wennen aan rituelen en het schoolse. Ik geef aan dat als dat haar helpt met haar sociaal emotionele ontwikkeling (want als zusje van een autist heb je niet echt een voorbeeld) ga ik akkoord. Ik blijf het toch raar vinden, want ze heeft geen taal- of een ontwikkelingsachterstand.

Vandaag ben ik op het consultatiebureau omdat Susannah tijdens het lopen met één voet behoorlijk naar binnen draait en dat zit me niet lekker. De arts is tevreden en stelt me gerust: dat komt vanzelf goed. Ook moet ons meisje wat blokjes stapelen en wat in een vormenstoof proppen. Geen probleem voor ons meisje. Dan vertel ik haar over het voornemen van de juf. De arts geeft zelf aan dat onze meid zich goed ontwikkelt en dat wij thuis ook geen problemen zien. Dus ik vraag haar waarom dan toch die indicaties worden uitgedeeld alsof Piet zijn zak pepernoten kwijt moet. Ze vertelt me dat de gemeente geld heeft vrijgemaakt zodat kinderen schoolrijp zijn als ze naar de basisschool gaan. Allochtone (nee ik verzin dit niet) kindjes hebben vaak een forse achterstand en zo worden op deze wijze geholpen. Ze geeft toe dat het niet meer inzetten van de remedial teacher een erg ongelukkige ingreep was, maar dat het beleid is dat kinderen met achterstanden deze niet meer hebben als ze vier worden. Gezien onze gezinssituatie wil ze wel formulieren tekenen zodat de vier dagdelen kunnen worden aangevraagd zodat ze meer onder haar leeftijdsgenootjes kan zijn waarvan ze kan leren hoe het wel kan gaan.

Maar het zit me toch dwars. Het uitdelen van deze indicaties voor alleen meer uren heeft niets te maken met het wegwerken van taalachterstanden (laat staan dat er iets wordt gedaan aan spraakachterstanden) waar het convenant zo sterk mee begint. Een taalachterstand wegwerken betekent vaak meer aandacht voor taal in de groep. Dit kan worden aangepakt om samen met een specialist of logopediste waarmee men woordjes en mondmotoriek kan oefenen. Hieraan wordt juist helemaal geen extra aandacht meer aan besteed. Sterker nog, er was iemand die dat fantastisch deed, maar die werd de deur gewezen onder de mom van noodzakelijke bezuinigingen. En waarom dan ook weer die nadruk op allochtoon? Beseft men dan echt niet dat autochtone kinderen net zo goed een taal- en spraakachterstand kunnen hebben? Juist als er sprake is van een ontwikkelingsachterstand dat bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door autisme komt dit zo vaak voor. Waarom wordt er dan met de oogkleppen op gestaard naar allochtone kinderen? Waarom worden specialisten wegbezuinigt en vervangen door alleen meer uren aan te bieden?

Als ik heel cynisch ben dan kan ik zien hoe een organisatie graag kinderen extra dagdelen plaatst om de gelden binnen te halen zonder dat er echt tijd wordt geïnvesteerd in het substantieel wegwerken van taal- en/of spraakachterstanden. Want waar is bijvoorbeeld de logopediste of een remedial teacher die hieraan kunnen werken? Allochtoon of autochtoon: je gunt elk kind met een taal- en spraakachterstand die extra aandacht om hieraan te werken. Als moeder van een kind met een ontwikkelingsstoornis met een taalstoornis gun ik juist die kinderen dat extra beetje hulp wat ze zo broodnodig hebben. Dat zie ik nu niet gebeuren.

Diva’s en potjes & Pieken en dalen

Over het algemeen gaat het goed met onze twee donders. Het groeit en het bloeit want zo kom je erachter dat kleding niet meer past en dat er kleding in en uit de kast moet. Of dat we weer in de schoenenwinkel staan omdat het gewoon echt niet meer kan. Ik vermoed dat Kevin ook van die grote voeten krijgt, maar wat wil je als je familie, ooms & tantes, neven & nichten allemaal van die grote voeten hebben..

Susannah is voor de tweede keer hulpje van de dag geweest op de peuterspeelzaal. Als ze eenmaal aan de deur staat om te zeggen ‘kom maar binnen allemaal’ neemt emotie het over en rent ze naar me toe. Aangezien ze in een echte ‘papa is alles’-fase zit geniet ik er van. Ze is in de ban van de herfst en als we buiten zijn stoppen we om de paar passen om een mooi herfstbladje te bewonderen dat dan ook echt mee naar huis moet onder het motto ‘Papa zal dan heeeel blij zijn’. Ze geniet van alles en heeft het soms ook veel moeite mee dat ze niet altijd haar zin krijgt, dus eindelijk zien we wat van de peuterpuberteit bij haar. De ‘echt wel’ en ‘echt niet’ vliegen ons om de oren. We zijn begonnen met zindelijkheidstraining en ze heeft al een plasje gedaan op het potje. Maar nu richt ik me meer op bewustwording en ik ga speels om met haar naar het potje gaan. Zo komt het voor dat ze rond paradeert met potje op haar hoofd. Ik laat haar, het komt vanzelf wel.

Susannah is een fijngevoelig meisje dat heel graag helpt en dat er af een toe een diva moment voorkomt neem ik graag voor lief.

Ze is net als haar broer dol op puzzelen. Terwijl ik dit tik zit ze al puzzelend naast me en vraagt voor de vorm voor hulp wat ze echt niet nodig heeft. Maar gewoon, om mama erbij te betrekken. Ze legt puzzels van de leeftijdscategorie van 3 tot 5 jaar en ze moet nog drie worden. Ja, ik ben erg trots op haar.

Kevin vliegt op school: het gaat goed, zeker met logopedie zien ze grote sprongen. Als hij een oefening heeft gedaan met de taal-juf (logopediste) dan generaliseert hij het meteen. Het is me verteld dat in dat opzicht hij geluk heeft. De logopediste vertelt me dat autistische kinderen echt elke klank stuk voor stuk moeten aanleren. Kevin legt heel snel verbanden en past het op andere klanken toe. Natuurlijk heeft hij niet alles onder de knie, maar dat mag. Ik vind dit al heel wat. Zijn emoties en gedrag zijn een heel ander verhaal. Hij vindt sociale situaties als het kringgesprek moeilijk. Vaak houdt hij het 5 tot 10 minuten vol voordat hij geluidjes gaat maken. Omdat dat gedrag andere kinderen stoort mag hij vaak even wat anders doen. Zijn fantastische juf volgt een cursus waar ze ons mannetje mag uitwerken en zich ‘heerlijk in dat mannetje mag verdiepen’.

Ik schrijf in het schriftje dat we samen aan het werken zijn om de puzzel uit te sorteren dat Kevin’s autisme heet. Stukje voor stukje met veel geduld komen we er wel. We zitten op dezelfde golflengte en de samenwerking is gewoon keigoed want we vullen elkaar aan. Tijdens het leerling-gesprek wordt dit ook even besproken en ik gewoon boos op de minister die ouders gewoon geen inspraak meer willen geven over alles wat er met hun kind op school gebeurt. Ze moest eens weten wat voor een schade ze gaat aanrichten hiermee. Er zit zoveel kennis bij ouders en deze school is zo gericht op samenwerken met ouders. Dit doen ze niets voor niets. Deze investering betaalt zich dubbel en dwars terug, maar dit kabinet wil niet investeren in de toekomst te druk bezig met macht behouden. Ik uit dit naar de logopediste en de juf: ze snappen me helemaal.

De juf is erg dichtbij om te ontdekken waarom hij geluidjes maakt. Dank zij de fantastische cursus die ze kan volgen. Het vermoeden is dat hij dan gewoon aan zijn tax zit wat zijn hoofd aan informatie kan verwerken. De volgende stap is om hem dit te laten verwoorden en het te voorkomen dat het zover komt. Zijn dagschema helpt en hij krijgt vrijheid om zelf de plaatjes op te hangen. Als hij voor een korte dag teveel plaatjes ophangt maakt de assistent met hem daar grapjes over.

Tijdens het gesprek komt ook naar voren dat de juf denkt dat ons kind slimmer is dan we allemaal denken en dat er meer uit hem te halen valt. Kevin is bijvoorbeeld dol op rekenwerkbladen. Hij is dol op cijfers en ze probeert hem daarin zoveel mogelijk te voorzien. Als we nu hem ook eens konden helpen met de informatieverwerking in zijn hoofd… want ik snap dat daar zorgen over zijn. Als ik de groepsplanning doorlees zie ik precies waarom de juf ook zorgen maak. Maar ik heb vertrouwen in hem en zijn juffen.
Zo heeft hij afgelopen week een rol gespeeld in een toneelstukje. Hij was de das en een klasgenootje een muisje die haar appel kwijt wilde. Kevin kent zijn tekst, maar ook die van de anderen. In zijn enthousiasme zegt hij de regels voor als het wat te langzaam voor hem gaat. Hij geniet.

Thuis gaat het goed, hij gedijt goed op de drie r ‘en, hoewel in bad gaan voor hem nog steeds de grootste misdaad is. Op dit moment gaat het minder goed met eten. Het is een drama nu. Na een week modderen met een losse voortand kwam het dit weekend eindelijk los. Weg wiebeltand en weer normaal kunnen eten net als bij de vorige twee. Maar nee, deze keer niet. Hij blijft minuscule hapjes eten en haalt zelfs de kleinste stukjes weer uit zijn mond. Dit doet hij zelfs met zijn favoriete stroopwafel. Ik kan het even niet met elkaar rijmen. Waar hij tot voor kort zijn mond het liefst volpropte en ik vroeg of het ook wat minder kon, hebben we nu het tegenovergestelde. Het domineert en verstoort het avondeten want hij wil nu bijna niks meer. Te grof, zijn mondje komt te vol zegt hij. Ik weet het even niet meer, ik mis weer ergens een puzzelstukje.

Als ik dan ’s nachts wakker lig omdat ik de slaap niet kan vatten schiet me een ouder-bijeenkomst van een jaar geleden naar binnen. Dat een kind ineens terug kan vallen in zijn ontwikkeling en het voorgaande helemaal verleerd lijkt te zijn. Pieken en dalen, 3 stapjes vooruit en 4 stappen terug. Het schijnt heel normaal te zijn voor kinderen op het autistisch spectrum, maar ik heb het nog nooit echt met Kevin mee gemaakt want sinds die eerste logopedie sessie bij Heleen is hij alleen maar vooruit gegaan. Tot afgelopen week dan en we maken ons zorgen. Ik schrijf in het schriftje en vraag aan zowel de logopediste als de juf of ze dit eerder hebben mee hebben gemaakt. Want ook ik weet niet alles en ik ben niet perfect. Door dit alleen al te onderkennen krijg ik rust. Ik vertrouw erop dat het goed komt want samen, samen staan we sterk.

Het echte verschil maken

Het schooljaar is bijna voorbij. Dit betekent voor veel kinderen afscheid nemen van hun huidige juffen en voorzichtig kennis maken met de nieuwe situatie. Met stralende ogen vertelt Kevin me dat hij morgen Ink Berber, Vera en Ulrike weer ziet. Oh wat heeft hij er zin in om weer een dag aan te gaan met zo veel leermomenten. Dat kan nog wat worden de komende zes weken.

Susannah zal haar juffen Yvonne en Paula niet meer zien. Dat afscheid was moeilijk, verdrietig en toch waardevol. Met tranen in je ogen vertel je ze, opnieuw, wat voor een verschil ze maken. Hoe waardevol hun bijdrage is geweest zeker voor onze Kevin en hoe fijn het was dat ze zo veel met ons meedachten en meeleefden. Zoals Paula al zei: het is zo raar om zo uit elkaar te gaan. Tenslotte deel je veel liefde en leed met elkaar.

Later op die dag sloeg ik het mapje van Kevin open. Juf  Mieke gaat in het nieuwe schooljaar weer lesgeven aan de dovengroep. Ik heb haar mogen ontmoeten en het gevoel wat ik er bij had was goed. Eigenlijk is dat de gehele ervaring daar hoor. Mieke had ook nog een briefje achter gelaten en in die brief beschrijft ze wat voor een verschil onze unieke kinderen maken voor haar. Dit wil ik graag even delen.

Het werken met jullie kinderen heeft me heel veel geleerd. Stuk voor stuk heb ik jullie kinderen gezien, en stuk voor stuk zie ik wat hen zo mooi maakt.
Dat dat soms ook zo moeilijk is in de wereld buiten onze groep realiseer ik me zonder meer.
Zo denk ik ook vaak aan jullie en hoe dat jullie bewegen bepaalt. De groep maakte me iedere week weer stil met hun kijk op de wereld.
Het raakt en ontroert me. (Nu moet ik zeggen dat dat mijn hele loopbaan als leerkracht niet anders is geweest, kinderen maken me stil en blijven prachtige leermeesters).
Toch hebben jullie kinderen me stil gemaakt.
Me vaak meegenomen naar hun wereld.
En ik hen, waar mogelijk geprobeerd hen mee te nemen in ‘onze’ wereld door deze overzichtelijk, rustig en veilig te maken.
Ik ben geen expert. Maar heb in dit jaar en zelfs in de maar zo korte periode wel heel veel nieuwe vaardigheden mogen ontwikkelen.
Dat is een prachtige verrijking!

Onze kinderen maken een verschil. Door gewoon mee te kunnen doen. Door er te zijn en de wereld ook te laten zien dat zij net zo goed een bijdrage kunnen leveren aan de groei van een ander.

Het is fijn om het zo tastbaar verwoord te kunnen zien en dat wilde ik graag delen.