Dondersteen & donderjagen

dondersteen [don·der·steen], de[m.], donderstenen [don·der·ste·nen]

Bron: Woordenlijst der Nederlandse Taal

Het gebeurt nog wel eens dat Kevin wordt afgeleid als hij een simpel klusje te doen krijgt. De lego die bijvoorbeeld (letterlijk) voor zijn voeten ligt kan hij soms moeilijk plaatsen en ook zijn kamer opruimen voor het slapen gaan vindt hij niet leuk. ‘Moet ik werken?’ Klaagt hij. ‘Ja, heel even. Als je het snel doet, zijn we snel klaar.’ Dat is het standaard antwoord van zijn strenge ouders. Ja, hij gaat informatie stapelen voordat hij iets uitvoert, een algemeen bekend ‘probleem’ bij autisten, maar voor hem is het een stukje moeilijker omdat zijn taalstoornis hem ook nog parten speelt. Taalbegrip en emoties zijn toch wel zaken waar aan wordt gewerkt momenteel. Zoals zijn logopediste recent opschreef wist hij eigenlijk niet zo goed wat het woord ‘pret’ betekent. Maar wij als ouders weten heel goed dat hij wel weet hoe het voelt.

Zo ook vanavond. De opdracht was om alle Donald Duck Extra’s die op de vloer lagen op 1 stapeltje te leggen. Ze lagen echt werkelijk overal alsof die gekke eend zelf ter plaatse was ontploft. ‘Ja, mama’, horen we dan dus ik trek me even terug om met zijn zusje een verhaaltje (heerlijk 1 op 1) voor te gaan lezen.

Het blijft heel lang stil op Kevin’s kamer. Ik hoor wel het schuiven van papier dus ik zit stilletjes heel trots op hem te zijn. ‘Weer een opdracht dat hij meteen doet, net als de avond ervoor.’ Dat denk ik dan.

Totdat de kleine meid ingestopt is en ik meneertje koekepeertje aantref op de grond met al die Donald Duck Extra’s om hem heen en hij heerlijk zit te lezen. In ons gezin wordt er veel gelezen dus ik kan bijna niet boos op hem zijn. Goed voorbeeld doet goed volgen namelijk.

‘Zeg dondersteen!’, roep ik en hij kijkt meteen op en over zijn schouder. ‘Dondersteen, wat is dat?’, is zijn – geheel logische – reactie. Ik zie die twinkeling in zijn ogen en meteen stap ik op hem af, grijp hem bij de arm en kietel hem met mijn vrije hand. Al giechelend mag ik hem tegen me aan trekken.

‘Maar wat is dat mama, ben jij een dondersteen?’ En ik kan het niet laten. Op een onbewaakt moment grijp ik hem vast en zeg met een zware stem: ‘Ik ben een dondersteen!’

Mijn lieve geweldige zoon giechelt van de pret. ‘ Nog een keer mama!’ En elke keer als hij het niet verwacht verras ik hem. Echt donderjagen door twee donderstenen dus. Pure pret.

En die Donald Ducks Extra’s? Twee mochten er mee het bed in, de rest ligt netjes op een stapeltje voor hem klaar om zijn leeshonger te stillen. Want van woorden en verhalen kun je als een echte dondersteen nooit genoeg van krijgen.

 

 

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed.You can leave a response, or trackback from your own site.